Cultuurpaleizen in circulair perspectief…

Cultuurpaleizen in circulair perspectief…

Engeli Kummeling

Engeli Kummeling

Fractielid De Bossche Groenen – Commissie Omgeving Gemeente ‘s-Hertogenbosch
Adviseur Ruimtelijk Ontwerp / senior Stedenbouwkundige Provincie Utrecht

 

De Coronacrisis brengt onzekerheid met zich mee. Tegelijkertijd laat de crisis heel goed zien waar waarde en urgentie liggen. Niemand weet hoe de crisis zich de komende weken, maanden en jaren gaat ontwikkelen. We weten wel dat we veerkracht nodig hebben. Onze gezondheid is urgent, maar daarnaast ook het klimaatbeleid en het ontwikkelen van een veerkrachtige samenleving.

Allereerst zullen wij samen; bestuurders, strategen en stedenbouwkundigen, moeten bedenken dat het niet om gebouwen gaat maar om mensen. Dat klinkt logisch, maar de praktijk liet vaak het omgekeerde zien. Plannen voor prestigieuze nieuwbouw werden gebruikt om een positieve impuls te geven aan de stad. Nieuwe stadspaleizen voor cultuur in de vorm van cultuurcentra, bibliotheken, bioscopen of theaters moesten de ‘aantrekkelijke stad’ een ‘boost’ geven. Grote steden zoals Den Haag waren koploper. Het Cultuurpaleis ‘Amare’ -waarvoor een geliefd danstheater moest wijken- wordt nu gebouwd. Als je je verdiept in dit soort bouwprojecten lees je vooral over oplopende overschrijdingen van de bouwkosten en gaten in de exploitatie. Het mag dus wat kosten, maar dan ‘heb je ook wat’… In een tijd dat de economie ‘als vanzelf’ groeit, wint het idee van een ‘powerboost-bouwwerk’ het van de financiële aderlating. Want, veronderstelt men ‘dat komt vast wel goed’. De bestuurders die op de ideeën hebben gebroed ontlenen er hun trots aan en genieten van een roze wolk. De realiteit haalt ons altijd in. Nu, door de alomvattende crisis worden we plotseling gedwongen van de roze wolk af te stappen…en hebben we eigenlijk wat?

Van de roze wolk en terug op aarde zien we dat de omvang van de pandemie aantoont dat onze manier van leven onhoudbaar is. Het klimaat en de biodiversiteit zijn wereldwijd aangetast omdat we de aarde zien als iets dat we naar hartenlust kunnen exploiteren. De natuur wordt geofferd voor energie en grondstoffen voor o.a. de bouw. De vraag naar grondstoffen groeit tegelijkertijd hard. De aarde raakt ‘uitgeput’.

Om als samenleving duurzaam gezond en sterk te worden in de toekomst, zullen we groen en circulair moeten denken en doen. De overheid is aan zet. We hebben bestuurders met lef en vernuft nodig om het roer om te gooien. Bestuurders die duurzaam investeren in menselijk kapitaal en de stad daaromheen (op een circulaire manier) vormgeven. Niet andersom. We zullen moeten investeren in de vitale sectoren: in de zorg, in duurzame (stads)landbouw, gezonde grond, water en natuur. Daarnaast ook in schone lucht en duurzame mobiliteit. Als die ‘maatschappelijke eerste levensbehoeften’ zijn veilig gesteld dan kunnen we de stad een aantrekkelijk programma geven: kunst en cultuur. Dat geeft de stad haar ‘joie de vivre’. Echter juist de cultuursector bloedt in tijden van Corona.

Na lang debatteren, hoor en wederhoor, heeft de gemeenteraad van ’s-Hertogenbosch besloten om aan de Parade een nieuw en groter theater te bouwen. De nieuwbouw moet een nieuwe publiekstrekker worden en mag daarom ruim 60 miljoen kosten. Het resultaat moet een groot, groter, uitbundig gebouw worden; een droom voor de stad; de roze wolk van de coalitie. Die roze wolk maakt wazig voor ogen. Immers, onduidelijk is gebleken hoe het gebouw zich zal terugverdienen. Worden de voorstellingen twee keer zo duur? …En nu we toch van de wolk afstappen, rijst de vraag:

Wordt de culturele sector echt geholpen met een nieuw gebouw?

Investeringskracht

De overheid zal strategisch moeten investeren waarbij inzicht nodig is over onze plaatselijke cultuursector. Ook is afstemming met andere gemeenten in de regio van belang. Een bestuurder moet zich afvragen: worden onze middelen ingezet ten behoeve van grote commerciële mainstream-producties (die zichzelf prima kunnen bedruipen en waarvoor de Bosschenaar gemakkelijk terecht kan in Tilburg, Eindhoven en Utrecht)… of helpen we onze culturele broedplaatsen die uitdagen tot creativiteit, diversiteit en interactiviteit? Volgens mij is dat laatste voor de veerkracht van een samenleving veel belangrijker dan een beeldbepalend podium voor erkend succes. Niet te vergeten: we hebben een theater en wat is daar mis mee? Vanuit mijn functie als stedenbouwkundige en architect schets ik een perspectief.

(tekst gaat onder foto verder)

Het bestaande Theater aan de Parade in 's-Hertogenbosch

Het stedenbouwkundige perspectief

Het Theater aan de Parade is een robuust gebouw dat, door zijn eenvoud, balans op het plein brengt: de sint Jan’s kathedraal is statig en groot – aan een andere zijde is veel reuring door cafés en horecaterrassen, aan de overzijde zijn de pleinwanden statig en meer ingetogen. Hier staat het theater. De verschillende sferen worden samengebracht door de doorlopende driedubbele bomenrij met volle kruin. De Parade kan wat hebben. Het is een groot plein en ja ik geef toe: het theater valt weinig op en mist aan opzichzelfstaande aantrekkingskracht. Ingetogenheid en uitbundigheid zijn echter twee uitersten waar we niet tussen hoeven te kiezen, en in dit geval: beter van niet.

Het perspectief op het gebouw

Als stedenbouwkundige met grote liefde voor architectuur, geloof ik ook in een duurzame benadering als het gaat om waarderen van gebouwen. Het bestaande Theater aan de Parade in Den Bosch vindt men niet mooi meer. Het is zogezegd ‘gedateerd’. Een wethouder zei in een interview voor Brabants Dagblad “Hoogwaardige investering in Cultuur is goed voor de stad, regio en bezoeker, dus daarmee valt renovatie af.” Daar moest ik van slikken. Deze uitspraak doet absoluut geen recht aan een gebouw dat kwaliteit en de nodige potentie heeft. Bovendien zal dure nieuwbouw op zichzelf de cultuursector geen impuls geven.

Bovenal: ‘gedateerdheid’ is een matig excuus om te investeren in een project dat in zichzelf het onvermijdelijke risico draagt over 35 jaar opnieuw gedateerd te zijn, juist als zwaar ingezet wordt op ‘eigentijdsheid’. Renovatie daarentegen leidt vaak tot verrassende oplossingen die ‘gedateerde gebouwen’ een bestendige toekomstwaarde geven, zelfs bij gebouwen die een lage intrinsieke waarde hebben. De Bossche koekjesfabriek, door Verkade in de etalage gezet vanwege gedateerdheid en overtolligheid, is daarvan een fantastisch voorbeeld.


Metamorfose

Renovatie kan de gesloten uitstraling en het interieur voldoende veranderen zodat het gebouw een metamorfose krijgt: allure en een eigen herkenbaarheid. Naast aanpassingen voor de technische eisen van deze tijd, krijgt het gebouw in haar solide basis een tweede leven. Architectuur is geen ‘fast fashion’ en uit de praktijk heb ik geleerd dat goed gerenoveerde gebouwen vaak over langere tijd esthetisch veel meer gewaardeerd worden dan (trendy) nieuwbouw.

Circulariteit vergt bewustzijn en vernuft. Een succesvolle, veerkrachtige stad is circulair.

Het lijkt zo eenvoudig om de juiste keuze te maken vanuit ‘circulair bewustzijn’ : renoveren heeft voorrang op nieuwbouw. Met hoogwaardige renovatie bespaar je tientallen miljoenen aan kosten en verminder je de onnodige claim op grondstoffen. En mocht de Archiprix Renovatie prijs in de wacht worden gesleept, dan heb je een prijs om echt trots op te zijn! Bovenal gaat het eigenlijk om de inhoud van theaters, bibliotheken, dansscholen, galerieën en (innovatieve) kunststudio’s – die inhoud zijn de mensen die de cultuur maken.

linkedin.com/in/engelikummeling

Gerelateerde berichten

Maak een opmerking